Roken op Werkplek

roken

Vraag aan het CDA, D66, de PvdA en de VVD (18 augustus 2015, kamerlid Bruins Slot, kamerlid Bergkamp, kamerlid Rebel en kamerlid Ziengs)
Ik heb twee banen, 1 in de horeca en 1 in de thuiszorg. In de horeca mag niet gerookt worden, omdat het de werkplek is van horeca arbeiders, iedereen heeft recht op een rookvrije werkplek. In de thuiszorg kom ik bij clienten die heel stevig roken en vaak slecht ventileren. Waarom mogen mensen die thuiszorg ontvangen wel roken op de werkplek van iemand? Vooral omdat deze mensen niet voor niets hulp krijgen en vaak in mindere conditie verkeren en roken de gezondheid alleen maar slechter maakt en de clienten dus weer meer hulp nodig hebben.

Antwoord van de PvdA (21/8/15, kamerlid Rebel)
Dank voor uw vraag. In de Tabakswet ( Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten op grond van vijfde lid artikel 11a, Tabakswet) is bepaald dat het rookverbod niet geldt in ruimten waar geen inbreuk kan worden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer. Hiermee wordt een uitzondering gemaakt voor bijvoorbeeld werknemers die een deel van hun werkzaamheden verrichten in woningen of anderszins als privé aan te merken ruimten. Hierbij kan gedacht worden aan mensen die in de thuiszorg werken, kraamhulpen, onderhoudsmensen en klantenbezoekers. Verder gaat het om woonvertrekken in bijvoorbeeld verzorgingshuizen en GGZ-instellingen die mensen niet delen met andere bewoners van genoemde inrichtingen. Het klopt dus dat u als werknemer in de horeca wel recht heeft op een rookvrije werkplek maar dat er een uitzondering wordt gemaakt voor uw werk in de thuiszorg omdat dit werk plaatsvindt op plekken waar een rookverbod inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van uw rokende client. In de praktijk kiezen veel zorginstellingen voor de volgende oplossing:

  • Roken mag alleen in daar voor aangewezen rookruimtes. Dit verbod geldt zowel voor klinische afdelingen, gemeenschappelijke ruimtes als voor de groepswoningen. Sommige instellingen met focus op verslaving hebben geen aparte rookruimte, roken mag alleen buiten op aangewezen plekken.
  • Op plekken waar cliënten individueel wonen en waar sprake is van een persoonlijke levenssfeer is roken dus toegestaan. De behandelaar bepaalt of dit verantwoord is. Dat is vaak het geval, zeker als dit de wens van de client/familie betreft.
  • Ter bescherming van de medewerkers mogen afspraken gemaakt worden. Woonruimten moeten rookvrij zijn op het moment dat een medewerker aanwezig is.

Maar dit geldt dus niet voor de thuiszorg. Juist cliënten van de thuiszorg zijn op basis van ziekte al kwetsbaar en zouden gebaat zijn bij stoppen met roken. Het zou goed zijn als juist zij veel meer begeleiding krijgen bij het stoppen met roken. Ik kan me ook voorstellen dat er vanuit de thuiszorgorganisatie aan cliënten gevraagd wordt om in ieder geval niet te roken als de thuiszorgmedewerker langs komt en zij voorlichting bieden over stoppen met rookprogramma’s. En u en uw collega’s training zouden krijgen over hoe u cliënten kunt motiveren om te stoppen, voorlichtingsmateriaal kunnen geven, etc. Ook zou u mogelijk de client kunnen adviseren om contact met de huisarts op te nemen. Het klinkt misschien simpel maar we weten uit onderzoek dat het vaak nét het zetje is dat mensen nodig hebben om dat te doen. Cliënten willen vooral graag geholpen worden en zijn zich vaak helemaal niet bewust van de effecten die hun rookgedrag heeft op de thuiszorgmedewerker.
Een wetswijziging is lastig en duurt vaak lang. Daarbij zou dat een flinke discussie oprakelen over het recht om thuis te kunnen roken. Maar ik heb ook begrip voor uw vraag en de moeilijke positie die u heeft. Het allerbelangrijkste is dat we mensen die roken vooral motiveren om te stoppen en hen daar bij helpen. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben ingelicht.

Antwoord van D66 (24/8/15, kamerlid Bergkamp)
Het rookverbod geldt niet daar waar er inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een client, zoals in dit geval. Het is dan, indien nodig, van belang dat er afspraken worden gemaakt tussen de thuiszorgmedewerker en de client (of door de thuiszorgorganisatie bij de intake bijvoorbeeld) om niet te roken tijdens de aanwezigheid van de thuiszorgmedewerker. Daarnaast kan de thuiszorgmedewerker ook bij zijn of haar werkgever aangeven dat hij of zij liever niet werkt (of niet wil werken) daar waar er gerookt wordt. Met andere woorden: in onderling overleg afspraken maken.

Geen antwoord van het CDA (18/11/15, kamerlid Bruins Slot)
Na 3 maanden en twee keer rappelleren is geen antwoord ontvangen.

Geen antwoord van de VVD (18/11/15, kamerlid Ziengs)
Na 3 maanden en twee keer rappelleren is geen antwoord ontvangen.

1 reactie


  1. ·

    Als zorg/hulpverlener is het essentieel om eerst goed na te denken over je eigen veiligheid in het directe contact met patiënten/cliënten. Eigen veiligheid gaat voor alles. Dit geldt niet alleen t.a.v. agressie of overdracht van infectieziekten van patiënt/cliënt naar zorg/hulpverlener, zoals hepatitis B of HIV. Het geldt ook wat betreft de schade die je oploopt door telkens mee te roken als je werkt in huizen of zorginstellingen, waar binnen gerookt wordt. Het is dan ook belangrijk om de juiste informatie te hebben over de schadelijke effecten van meeroken. Deze informatie kan je bijvoorbeeld vinden op de website van het Trimbos Instituut. Op dit moment kan je informatie vinden via de volgende link: http://www.rokeninfo.nl/professionals/gebruik-en-gevolgen/meeroken-risicos
    Veel hulpverleners worden tegenwoordig vanuit de werkgever getraind in het omgaan met agressie en het voorkomen van infectieziekten. Dit geldt helaas (nog) niet als het gaat om het voorkomen van meerookschade (tweede en derdehands roken). Het is dus belangrijk om jezelf (en je collega’s) hierin te gaan trainen. Goed dat je bovenstaande vraag al hebt gesteld, maar ik zou je aanraden om nu een stap verder te gaan en jezelf verder te scholen in de schade, die meeroken bij jezelf (en je collega’s) kan veroorzaken. Dan kan je vervolgens een weloverwogen besluit nemen of je de gevaren van het meeroken tijdens je werk acceptabel vindt of niet. (‘risico van mijn vak’).

    Ten aanzien van de hulp aan rokers zijn twee dingen van groot belang (hier boven is er al wat over gezegd): (1) alle zorg/hulpverleners in Nederland zouden voldoende up-to-date kennis moeten hebben over tabaksverslaving (zie o.a. http://www.rokeninfo.nl); (2) alle hulp/zorgverleners zouden in staat moeten zijn om rokers te kunnen motiveren om te stoppen met roken (lees bijv. het boek ‘motiveren kun je leren’ van Wanda de Kanter en Pauline Dekker) òf om in elk geval in gesprek te gaan met een erkende goed opgeleide specialist op het gebied van de behandeling van tabaksverslaving (http://www.kwaliteitsregisterstopmetroken.nl/).

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *